TAFELTENNIS 58 — Leer en Speel

De service: de bal op je open hand, 16 centimeter omhoog, en één kans

Dit is les 5 van de 11, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de tafel. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere tien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je partner of je hele vier. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.

Start direct vanaf € 14,99 per speler

Eén kans

Wat je na deze les kunt

  • een service slaan die aan alle eisen van de spelregels voldoet
  • bij elke service zeggen of hij goed is, een let of een punt voor de ander
  • uitleggen waarom de opgooi en de vrije hand zo streng geregeld zijn

Elke rally begint met een service

Bij tafeltennis begint elke rally met een service: de serveerder gooit de bal op en slaat hem zo dat hij eerst op zijn eigen tafelhelft stuit en daarna op de helft van de ontvanger. Daarna slaan jullie om de beurt. De service is het onderdeel van het spel met de meeste eisen, en deze les loopt ze stuk voor stuk langs.

 

Wie de service kent van de camping of de kantine, schrikt misschien van de lijst. Daar sla je de bal uit je hand, houd je hem laag en draai je hem desnoods even achter je arm weg. Op de club en in de competitie kan dat allemaal niet, en aan het eind van deze les weet je waarom.

 

Geen tweede kans

Je krijgt bij tafeltennis één service. Voldoet die niet aan de eisen, dan is het punt meteen voor de ontvanger. Er is één uitzondering: raakt de bal het net en is de service verder goed, dan is het een let en serveer je opnieuw. Daarover verderop meer. Alle andere fouten kosten het punt.

De opgooi

De bal ligt stil op je open hand

De service begint op het moment dat de bal stil op de open, vlakke palm van je vrije hand ligt. Je vingers zijn gestrekt, je knijpt de bal niet vast en je hand beweegt niet. Je vrije hand is de hand zonder bat; de hand met het bat heet je bathand. Zo ziet de ontvanger de bal en weet iedereen dat de rally begint.

 

Minstens 16 centimeter, bijna recht omhoog

Vanuit die stille hand gooi je de bal omhoog. Daarvoor gelden drie eisen: bijna recht omhoog, zonder effect, en minstens 16 centimeter hoog nadat hij je hand heeft verlaten. Dat is ongeveer de hoogte van het net, ruim een handlengte. Onderweg raakt de bal niets: niet je hand, niet je bat, niet je shirt. Hij gaat omhoog, hangt heel even stil en komt naar beneden.

 

Bijna recht omhoog betekent dat een kleine afwijking mag, maar een bal die je schuin naar je bat toe gooit, is fout. Zonder effect betekent dat je de bal niet met je vingers laat draaien bij het loslaten. Een opgooi met draai maakt het effect van je service onzichtbaar, en dat is precies wat de regels willen voorkomen.

 

Slaan terwijl de bal daalt

Je slaat de bal pas als hij weer naar beneden komt. Slaan op weg omhoog of op het hoogste punt is fout. In de praktijk: gooi op, kijk de bal na en sla hem als hij ongeveer terug is op de hoogte waar je hand was.

De service van opzij: de serveerder staat achter de eindlijn, de bal ligt stil op de open, vlakke palm van de vrije hand boven de hoogte van het speelvlak, een pijl laat zien dat de bal minstens 16 cm bijna recht omhoog gaat, het bat raakt de bal terwijl hij daalt, de vrije arm is weggetrokken uit de ruimte tussen de bal en het net, en de bal stuit eerst op de eigen tafelhelft en daarna op de helft van de ontvanger

Op de tekening zie je de serveerder van opzij met alle eisen in één beeld: de bal stil op de open, vlakke palm, de opgooi van minstens 16 centimeter bijna recht omhoog, het bat dat de bal raakt terwijl hij daalt, de bal boven de hoogte van het speelvlak en achter de eindlijn, de vrije arm die weg is uit de ruimte tussen de bal en het net, en de twee stuiten: eerst op de eigen helft, daarna op de helft van de ontvanger.

Waar de bal heen moet

Eerst je eigen helft, dan die van de ontvanger

Je slaat de bal zo dat hij eerst op jouw tafelhelft stuit en daarna rechtstreeks op de helft van de ontvanger. Dat verschilt van de terugslag in de rally, waar de bal alleen op de helft van de ander stuit. Een service die meteen op de helft van de ontvanger landt, is fout. Een service die twee keer op je eigen helft stuit ook.

 

In het enkelspel mag de bal overal op de helft van de ontvanger stuiten: recht vooruit, schuin, kort achter het net of diep op de eindlijn. Er zijn geen vakken. In het dubbelspel is dat anders: daar stuit de service op jouw rechter halve vlak en daarna op het rechter halve vlak van de ontvanger. Les 7 legt dat uit.

 

Boven het speelvlak en achter je eindlijn

Vanaf het moment dat de bal stil op je hand ligt tot het moment dat je hem slaat, blijft hij boven de hoogte van het speelvlak en achter je eindlijn. Je hand met de bal komt dus niet onder de rand van de tafel en ook niet boven de tafel. Achter de eindlijn wil zeggen: achter de denkbeeldige lijn die je eindlijn naar beide kanten oneindig doortrekt. Je mag daardoor ook naast de tafel staan, zolang de bal maar achter die lijn blijft. Wie een backhandservice slaat, staat vaak een eind links van de tafel, en dat mag.

 

Kort en lang

Spelers gebruiken twee soorten service. De korte service zou twee keer op de helft van de ontvanger stuiten als hij hem liet gaan; de lange service komt diep bij de eindlijn. Hoe je die slaat en wanneer je welke kiest, leer je in les 9 en 10. Voor allebei gelden de eisen uit deze les.

Laat de bal zien

Niet verbergen

De ontvanger moet de bal de hele tijd kunnen zien, vanaf het moment dat hij stil op je hand ligt tot het moment dat je hem slaat. Je verbergt hem niet achter je hand, je arm, je schouder of je lichaam, en in het dubbel ook niet achter je partner. Ook iets wat je draagt of vasthoudt, zoals je bat of een handdoek, mag niet tussen de bal en de ontvanger komen.

 

Je vrije arm gaat weg

Zodra de bal omhoog is, haal je je vrije arm en hand weg uit de ruimte tussen de bal en het net. Stel je die ruimte voor als een muur die vanaf het net recht omhoog loopt tot aan de bal: daar blijft niets van jou in hangen. De meeste spelers zwaaien de vrije arm na de opgooi opzij en naar achteren. Dan zit hij nooit in de weg.

 

Waarom zo streng

De opgooi en de vrije arm zijn geen pesterij. Bij tafeltennis draait alles om effect, en het effect van een service zie je aan de beweging van het bat op het moment dat het de bal raakt. Kan de ontvanger dat moment niet zien, dan weet hij niet wat de bal doet als hij stuit, en is het raden. De regels zorgen ervoor dat de serveerder zijn effect mag geven, maar het niet mag verstoppen. Daarom moet de bal omhoog, zodat de ontvanger tijd krijgt om te kijken. Daarom mag hij niet uit de hand, want dan kun je hem ongezien draaien. En daarom moet de vrije arm weg.

 

Jij moet overtuigen

Het is jouw taak om zo te serveren dat de scheidsrechter ziet dat het klopt. Twijfelt de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter, dan mag hij de eerste keer in de wedstrijd het spel stoppen en je waarschuwen, zonder punt. Elke volgende service van jou of je dubbelpartner die niet duidelijk goed is, is daarna fout. Een speler die door een lichamelijke beperking een eis niet kan halen, bijvoorbeeld de open hand, krijgt van de scheidsrechter een uitzondering.

 

Op de club staat er geen scheidsrechter. Dan is de ontvanger degene die iets van je service mag vinden. Neem het serieus als je tegenstander zegt dat hij de bal niet zag of dat de opgooi te laag was, en pas je service aan.

Let of punt

De netservice: een let, zo vaak als het gebeurt

Raakt de bal bij de service het net en komt hij verder goed op de helft van de ontvanger, dan is het een let: de service telt niet en je serveert opnieuw. Er is geen maximum. Raakt je service drie keer achter elkaar het net, dan serveer je drie keer opnieuw. Ook een netservice die de ontvanger of zijn partner uit de lucht slaat voordat de bal op hun helft stuit, is een let.

 

Raakt de bal het net en komt hij daarna niet op de helft van de ontvanger, bijvoorbeeld terug op jouw helft of naast de tafel, dan is het een gewone fout en een punt voor de ontvanger.

 

De ontvanger was nog niet klaar

Serveer je terwijl de ontvanger of zijn partner nog niet klaarstaat, en doet geen van beiden een poging om de bal te slaan, dan is het een let. Slaat de ontvanger wel, of probeert hij het, dan was hij kennelijk klaar en telt de rally. Kijk daarom voor elke service even naar de overkant.

 

De opgooi missen

De bal is in het spel vanaf het moment dat hij stil op je hand ligt om opgegooid te worden. Gooi je hem op en sla je mis, of vang je hem weer op omdat de opgooi mislukte, dan heb je geserveerd en is de service fout: punt voor de ontvanger. Bij tafeltennis bestaat geen gratis opgooi.

 

Elke andere fout: punt voor de ontvanger

Alles wat niet aan de eisen van deze les voldoet en geen let is, kost meteen het punt. Een te lage opgooi, een bal uit de vingers, slaan terwijl de bal nog stijgt, de bal onder de rand van de tafel of boven de tafel, een verborgen bal, de vrije arm ertussen, een bal die je eigen helft overslaat of de helft van de ontvanger mist: allemaal punt voor de ander. Zo streng is het, en daardoor is de service voor iedereen gelijk.

De camping en de club

Op de camping serveert bijna iedereen anders, en dat is prima zolang jullie het samen zo afspreken. Het helpt wel om te weten wat er dan anders gaat, want op de club telt het als fout.

  • De bal uit de hand slaan, zonder opgooi. De ontvanger ziet het bat de bal niet raken en het effect blijft geheim. Op de club: fout.
  • De bal laag houden of even achter je arm wegdraaien. Op de club: fout, want de ontvanger moet de bal de hele tijd zien.
  • De service moet schuin. Dat is een tennisregel. In het enkelspel mag de service overal op de helft van de ontvanger komen; alleen in het dubbel moet hij schuin, van rechts naar rechts.
  • Het net geraakt is fout. Op de club is een netservice die verder goed is een let, zo vaak als het gebeurt.
  • Twee kansen. Op de club heb je er één.

Wie de service uit deze les beheerst, kan overal aanschuiven: op de camping, op de club en in de competitie.

Aan de tafel
  1. Serveer twintig keer zonder tegenstander en let alleen op je vrije hand: ligt de bal stil op de open, vlakke palm en gaat hij minstens 16 centimeter bijna recht omhoog?
  2. Vraag je tegenstander om bij tien services te zeggen of hij de bal de hele tijd zag en of je vrije arm op tijd weg was.
  3. Serveer tien keer kort en tien keer lang, en zeg bij elke service hardop of hij goed was, een let of een fout.

Na een paar avonden zit de opgooi in je arm en denk je er niet meer over na.

Memokaart

De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:

  1. De bal ligt stil op je open, vlakke hand en gaat minstens 16 cm bijna recht omhoog.
  2. Je slaat de bal terwijl hij daalt: eerst je eigen helft, daarna die van de ontvanger.
  3. Boven het speelvlak, achter de eindlijn, en de ontvanger ziet de bal de hele tijd.
  4. Netservice die verder goed is: let, zo vaak als het gebeurt. Elke andere fout: punt.
  5. Een misser bij de opgooi telt als service. Serveer pas als de ontvanger klaarstaat.
Memokaart van les 5 met de vijf punten over de service

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.


Zeven vragen, direct antwoord

0 van 7 beantwoord

Zo leer je de rest van de regels

Deze les was er één van elf. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten en als pluspunt de techniek, de tactiek en de omgangsvormen. Een jaar toegang, direct na je betaling.

1 speler

1 toegangscode

29,95

 

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen

2 spelers

2 toegangscodes

39,95

€ 19,98 per speler

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen
Voordeligst

4 spelers

4 toegangscodes

59,95

€ 14,99 per speler

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen

Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de Spelregels van de Nederlandse Tafeltennisbond, uitgave 2025-10, de Nederlandse tekst van de Laws of Table Tennis van de ITTF. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter TAFELTENNIS 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten