Wat is het verschil tussen tafeltennis, tennis en padel?
Speel je al tennis, padel, pickleball of badminton, dan ken je de rally en het om de beurt slaan over een net. Bij tafeltennis zijn vijf dingen anders: de bal stuit op de tafel en precies één keer, een bal uit de lucht slaan boven de tafel kost het punt, de service is streng, heeft één kans en stuit eerst op je eigen helft, de service wisselt om de twee punten, en je telt tot 11.
Wat bij tafeltennis anders is
- De bal stuit op de tafel, niet op de grond. En precies één keer: op de helft van de speler die aan de beurt is.
- Geen volley. Een bal uit de lucht slaan boven de tafel is blokkeren en kost het punt, ook als de bal uit zou gaan. Laat een lange bal gaan: het punt is al voor jou.
- De service is streng en heeft één kans. De bal ligt stil op je open hand, gaat minstens 16 centimeter omhoog, en stuit eerst op je eigen helft en dan op die van de ontvanger. Is de service fout, dan is het punt voor de ander.
- De service wisselt om de twee punten. Niet per game en niet per verloren rally: na elke twee gescoorde punten is de ander aan de beurt, vanaf 10-10 na elk punt.
- Tellen tot 11. Elke rally is een punt, voor de serveerder of voor de ontvanger, en bij 10-10 win je met twee punten verschil.

Het materiaal en de tafel
| Tafeltennis | Tennis | Padel | Pickleball | Badminton | |
|---|---|---|---|---|---|
| Speelvlak | een tafel van 274 bij 152,5 cm, 76 cm hoog | een baan van 23,77 bij 8,23 of 10,97 m | een kooi van 10 bij 20 m, glas en hek | een baan van 6,10 bij 13,41 m | een veld van 13,40 bij 5,18 of 6,10 m |
| Het net in het midden | 15,25 cm boven de tafel | 0,914 m | 0,88 m | 0,86 m | 1,524 m |
| Slaan met | een bat met rubber | een racket met snaren | een padelracket: hard blad met gaten | een paddle: hard blad | een racket met snaren |
| De bal | kunststof, 40 mm, 2,7 gram | een tennisbal met vilt | als een tennisbal, iets minder druk | hard plastic met gaten | een shuttle |
| Waar de bal stuit | op de tafel, precies één keer | op de grond, hoogstens één keer | op de grond, hoogstens één keer; de wanden doen mee | op de grond, hoogstens één keer | nergens: de shuttle mag de grond niet raken |
Serveren en tellen
| Tafeltennis | Tennis | Padel | Pickleball | Badminton | |
|---|---|---|---|---|---|
| Service | opgooi van 16 cm van de open hand, eerst op de eigen helft | bovenhands of onderhands, uit de hand | onderhands, na een stuit | onderhands, uit de hand of na een stuit | onderhands |
| Pogingen | één | twee | twee | één | één |
| Service via het net | let, overspelen | let, overspelen | netbal, overspelen | goed, doorspelen | goed, doorspelen |
| Wie serveert | om de twee punten de ander | een hele game dezelfde | een hele game dezelfde | de serveerder blijft serveren tot hij een rally verliest | wie de rally wint |
| Tellen | tot 11, elke rally een punt | 15, 30, 40, game | 15, 30, 40, game | tot 11, alleen wie serveert scoort | tot 21, elke rally een punt |
| Bij een gelijke stand | vanaf 10-10 twee punten verschil | gelijk en voordeel | gelijk en voordeel | doorspelen tot twee punten verschil | vanaf 20-20 twee punten verschil, tot 30 |
Wat je meeneemt en wat je aflegt
Je oog voor de bal, je timing en je gevoel voor het net neem je overal mee naartoe. Wat je bij tafeltennis aflegt: de volley, de tweede servicekans en de grote zwaai, want bijna elke slag vertrekt hier uit de elleboog. Wat je erbij leert: het effect lezen aan het bat van de ander, en voortdurend weten wie aan de beurt is met serveren. Ken je geen van de andere sporten, dan mis je niets: deze pagina is puur ter vergelijking.