Wat zijn de afmetingen van een tafeltennistafel?
Het speelvlak is 274 centimeter lang, 152,5 centimeter breed en ligt waterpas op 76 centimeter boven de vloer. Het net staat in het midden, is 15,25 centimeter hoog en steekt aan beide kanten 15,25 centimeter buiten de zijlijn uit. De bal is 40 millimeter groot en weegt 2,7 gram.

De lijnen en de rand
- De zijlijnen: witte lijnen van 2 centimeter langs de lange kanten.
- De eindlijnen: witte lijnen van 2 centimeter langs de korte kanten; jij staat achter je eigen eindlijn.
- De middellijn: een dunne witte lijn van 3 millimeter in de lengte over elke helft, die de helft in een linker en een rechter halve vlak deelt. Hij telt alleen bij de service in het dubbelspel.
- De bovenrand: hoort bij het speelvlak, dus een bal erop is goed. De zijkant van het blad hoort er niet bij.
Het speelvlak is gelijkmatig donker en mat; groen was lang de standaard, blauw zie je nu het meest. De bal stuit overal even hoog: ongeveer 23 centimeter wanneer je hem van 30 centimeter hoogte laat vallen.
Het net en de bal
Het net hangt aan een koord tussen twee netposten van 15,25 centimeter hoog. De bovenkant zit over de hele lengte 15,25 centimeter boven het speelvlak, en de buitenkant van elke netpost staat 15,25 centimeter buiten de zijlijn. De onderkant loopt zo dicht mogelijk langs het speelvlak: een bal die eronderdoor rolt of tussen net en netpost door glipt, is fout.
De bal is zuiver rond, 40 millimeter in doorsnee en 2,7 gram zwaar, van kunststof, mat, en wit of oranje. Wit speel je op een donkere tafel, oranje zie je vaak bij blauwe tafels. Drie sterren op de doos is de wedstrijdbal; met minder sterren train je.
Het bat
Het bat mag elke maat, vorm en gewicht hebben. Het hout is vlak en stijf en bestaat voor minstens 85 procent van zijn dikte uit natuurlijk hout. Op elke kant waarmee je slaat zit rubber: nopjesrubber zonder spons is met lijm en al dunner dan 2,05 millimeter, sandwichrubber met een sponslaag dunner dan 4,05 millimeter. Bijna iedereen speelt sandwichrubber met de nopjes naar binnen, dus met een glad oppervlak.
De twee kanten hebben verschillende kleuren: één kant is zwart, de andere heeft een heldere kleur die duidelijk verschilt van zwart en van de bal. Zo ziet je tegenstander met welke kant je slaat. Op de club en in de competitie zijn de rubbers goedgekeurd, herkenbaar aan het ITTF-logo bij de greep. Voor de wedstrijd laat je je bat aan je tegenstander zien.

Kleding, schoenen en speelruimte
Bij wedstrijden draag je een shirt met korte of zonder mouwen, een korte broek of rok, sokken en sportschoenen. De hoofdkleur van je shirt en broek verschilt duidelijk van de kleur van de bal, zodat je tegenstander de bal tegen je lichaam ziet aankomen. Voor de zaal draag je schoenen met een vlakke zool die niet afgeeft; een gewone zaalschoen is prima.
Bij wedstrijden is de ruimte rond de tafel minstens 14 meter lang, 7 meter breed en 5 meter hoog. Op de club staan de tafels dichter op elkaar, met donkere afzettingen ertussen die de ballen opvangen.