Hoe verloopt een tafeltenniswedstrijd?
Voor de wedstrijd is er een toss: de winnaar kiest serveren, ontvangen of een tafelhelft, en de ander maakt de andere keuze. Jullie laten elkaar je bat zien, spelen in en beginnen bij nul-nul. Op de club en in de competitie speel je best of five: wie het eerst drie games wint, wint de wedstrijd.
Voor het eerste punt
- De toss. De winnaar kiest één van drie dingen: als eerste serveren, als eerste ontvangen, of een tafelhelft. De ander maakt de andere keuze. Hoe je loot, schrijven de regels niet voor: een munt, of de bal onder de tafel in een hand.
- Het bat laten zien. Je laat je bat aan je tegenstander en aan de scheidsrechter zien, zodat die weten welke rubbers je speelt. Wisselen van bat mag alleen als het per ongeluk zo beschadigd raakt dat je er niet meer mee kunt spelen.
- Inspelen. Bij wedstrijden met bondsscheidsrechters hooguit twee minuten aan de wedstrijdtafel; op de club spreek je het samen af.

Best of five
Een wedstrijd bestaat uit een oneven aantal games, meestal vijf: wie het eerst drie games wint, wint de wedstrijd. Elke game gaat tot 11 punten, vanaf 10-10 met twee punten verschil. Wie een game als eerste serveerde, ontvangt in de volgende game als eerste, en na elke game wissel je van tafelhelft.
Pauzes en de handdoek
Het spel loopt door, met twee vaste rustmomenten. Tussen twee games is er een pauze van hooguit een minuut. In de game zelf mag je na elke zes gescoorde punten even je handdoek pakken, bij 6, 12 en 18 punten samen, en ook bij het wisselen van tafelhelft in de laatste game. Dat zijn onderbrekingen van een paar seconden. Een slok drinken of je bril schoonvegen doe je op die momenten, niet tussen twee rally's.
De time-out
Elke speler of elk paar mag één keer per wedstrijd een time-out van hoogstens een minuut vragen. Je vraagt hem tussen twee rally's aan, met je handen in de vorm van een T; op de club zeg je gewoon "time-out". Ben je eerder klaar, dan gaat het spel verder. In het dubbel geldt de time-out voor het paar.
De tijdregel
Duurt een game tien minuten en zijn er dan nog geen 18 punten gescoord, dan gaat de tijdregel in. Vanaf dat moment serveert ieder om de beurt één punt, en wint de ontvanger het punt zodra hij dertien goede terugslagen in een rally heeft gemaakt. Zijn er bij tien minuten al 18 punten of meer gescoord, bijvoorbeeld bij 10-8, dan speel je de game gewoon uit. Op de club kom je de tijdregel zelden tegen; op een toernooi houdt de scheidsrechter de tijd bij.
Games tot 21
Tot 2001 ging een game tot 21 punten, en in sommige competitieklassen en evenementen speelt de bond dat nog zo. Dan wisselt de service na elke vijf punten, bij 20-20 na elk punt, wissel je in de laatste game van tafelhelft bij 10 punten, is de pauze tussen games twee minuten en pak je de handdoek na elke vijf punten. Vraag op je club welke telling in jouw klasse geldt.
Veelgestelde vragen over de wedstrijd
Mag je tijdens een tafeltenniswedstrijd van bat wisselen?
Alleen als je bat per ongeluk zo beschadigd raakt dat je er niet meer mee kunt spelen. Dan vervang je het meteen en laat je het nieuwe bat weer zien.
Mag je coach een time-out vragen?
In een individuele wedstrijd wel; bij een verschil van mening beslis jij. In het dubbel geldt de time-out voor het paar.
Mag je tussen twee rally's iets drinken?
Nee, het spel loopt door. Drinken doe je in de handdoekpauze na elke zes punten, tussen de games of in je time-out.
Geldt de tijdregel ook in de volgende games?
Ja. Is de tijdregel eenmaal ingegaan, dan geldt hij voor de rest van de wedstrijd.
Kun je best of seven spelen bij tafeltennis?
Ja, bij grote toernooien zie je dat: wie het eerst vier games wint. De regel blijft een oneven aantal games, zodat er altijd een winnaar is.