Welke slagen heb je nodig bij tafeltennis?
Als beginner heb je zes slagen nodig en twee services: de contra, het schuiven, de topspin, het blok, de smash en de flip, plus de korte service met onderspin en de lange service met zijeffect. De eerste maanden gebruik je vooral de contra en het schuiven; de rest komt zodra die twee zitten.

Contra en schuiven: de basis
De contra is de vlakke tegenslag van vlak achter de tafel, ook wel drive genoemd: tegen een vlakke bal of een bal met licht bovenspin, om de bal met controle en tempo in het spel te houden. Schuiven is de korte onderspinbal over de tafel, tegen een korte bal met onderspin, zoals een korte service. De bal blijft laag en kort, zodat de ander ook moet schuiven.
Topspin en blok: aanval en antwoord
De topspin is de aanvalsslag met veel bovenspin, tegen een bal die iets langer komt: de bal duikt na het net omlaag en springt bij de stuit weg. Het blok is het antwoord op de topspin van de ander: je zet het bat vlak na de stuit voor de bal en gebruikt zijn snelheid. Het blok is iets anders dan blokkeren uit de spelregels: bij een blok stuit de bal eerst op jouw helft.
Smash en flip
De smash is de harde afmaker tegen een hoge bal, ruim boven nethoogte. De flip is de korte aanval boven de tafel, tegen een korte bal die je liever aanvalt dan schuift, om de ander te verrassen die een schuifbal verwacht. De flip komt aan de beurt zodra de contra en het schuiven zitten.
De korte en de lange service
De korte service heeft onderspin en is zo kort dat de bal twee keer op de helft van de ander zou stuiten; de ontvanger moet schuiven en jij krijgt de derde bal. De lange service is snel en heeft zijeffect, tot op de eindlijn van de ander, om te verrassen en tijd af te pakken. Begin beide met dezelfde beweging.

Shakehand of penhouder
Bijna iedereen in Nederland speelt shakehand: je pakt de greep alsof je iemand een hand geeft, met de wijsvinger langs het ene rubber en de duim op het andere. De penhouder houdt het bat vast zoals een pen, met duim en wijsvinger om de greep; die greep komt uit Azië en geeft een snelle pols. De slagen zijn voor beide grepen gelijk.
Effect lezen aan het bat van de ander
Effect is de draai van de bal, en het bat van de ander verraadt welke draai eraan komt. Kijk dus eerst naar het bat, dan pas naar de bal.
| Het bat van de ander beweegt | Het effect | Wat de bal op jouw bat doet | Wat jij doet |
|---|---|---|---|
| van hoog naar laag | onderspin | wil omlaag, in het net | bat open, optillen of schuiven |
| van laag naar hoog | bovenspin (topspin) | springt omhoog en naar voren | bat gesloten, naar voren spelen of blok |
| opzij | zijeffect | wijkt af in de richting van zijn bat | naar de andere kant richten |